We waren nog maar net op weg of we zagen al een paar dolfijnen :-), alweer iets bij op de lijst met dieren die we in het wild zagen. Veel waren er echter niet te zien en ze bleven ook lang onder water, dus moeilijk om snel een foto van te maken.
Na 3 kwartier kwamen we aan in op het eiland. We hebben eerst een uurtje meegelopen met één van de rangers die uitlag gaf over de geschiedenis van het eiland. Er stond vroeger een gigantische villa, waarvan de ruines nog te zien waren. Op dit moment wonen er nog een aantal mensen op Cumberland island omdat die een contract hebben met de organisatie van nationale parken, dat zijn nog achterkomers van de oorspronkelijke bewoners. Als die contracten aflopen, wordt het terug een onbewoond eiland. Onbewoond door mensen toch! Het loopt er vol van de wilde paarden. Ze hadden ons gezegd dat die de mensen wel gerust lieten maar toen er daar twee hengsten begonnen te vechten voor een plasje water en wat merries, voelde ik me toch niet op mijn gemak. De kindjes moesten toch efkens dicht bij ons blijven ;-).
We kregen in het begin van de dag drie waarschuwingen van de ranges: 'drink veel water', 'controleer voor teken' en 'blijf ver genoeg van alle dieren'.
Drink veel water: dat hebben we zeker gedaan, 5 liter in totaal hebben we samen gedronken (en uitgezweet).
Controleer voor teken: eerste wat de kinderen van ons moesten doen toen we in het hotel kwamen is naar de badkamer gaan en hun kleren uitspelen. Ze hadden geen teken mee, maar het bad lag toch vol zand. Maar op Willem zijn been zat er toch al ééntje goed vastgehecht, ik heb echt moeite gehad om het beestje los te krijgen. Dus het was toch wel een goede raad. Willem was nochtans de enige met een lange broek, die hij bij deze niet meer gaat aandoen voor de rest van de reis.
Blijf ver genoeg van alle wilde dieren: wij hadden onze eigen wilde dieren mee en die maakten lawaai genoeg om alle andere al op voorhand weg te jagen.
1 opmerking:
Hoi allen,
wat is jullie postadres aldaar,
dan krijgen jullie weldra een kaartje
groeten uit Ghent
Jan
Een reactie posten